pissebed

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

pissebed zn. ‘bedwateraar; insect; paardenbloem’

Vroegnieuwnl. pissebedde (1555), pissebet (1617) ‘bedwateraar’; pissebedde (1567), pisbedde, pisbloeme ‘paardenbloem; insect’ (1599).

Enkele typische Vnnl. uitdrukkingen zijn: ‘zien als een pisbed’, dat is ‘beschaamd kijken’: Laet elc water in zijnen wijn doen, laet elc pissebedde up zijnen nuese zien (van Vaernewyck, 1566); en ‘zwijgen als een pisbed’, dat is ‘er het zwijgen toe doen’: swygen als een pissebedde (Cats, 1627). In moderne dialecten komt voor het insect een naam met ‘pissen’ vooral in Holland voor: pissebed, beddepisser, beddezeiker, piszeug, piszogge (TNZN, kaart 44). Voor ‘paardebloem’ komen samenstellingen met pis- vooral in het zuiden voor: pissebed, bedpisser en bedzeiker in Frans-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Zeeland, pisbloem in Oost-Vlaanderen, Brabant en Limburg (PLAND).

De bloem is zo genoemd naar zijn diuretische werking. Ook het insect gold in ouder volksgeloof als waterafdrijvend middel, en werd in brij verwerkt waarvan de consumptie tegen bedplassen zou helpen. Mogelijk was het feit dat pissebedden zich altijd in vochtige omgevingen ophouden hier debet aan.

In Frans pissenlit ‘paardebloem’ (vanaf de 15e eeuw), letterlijk ‘pis-in-bed’, zijn dezelfde eigenschappen toegekend aan de bloem. Het lijkt erop dat het Nederlandse woord uit het Frans is ontleend, juist ook vanwege de geografische verspreiding in het Zuidnederlands, maar zeker is dat niet. Ten eerste mist in het Nederlands het voorzetsel ‘in’, ten tweede verklaart dat de geografie van pissebed ‘insect’ maar matig, en ten derde is de semantisch verwante samenstelling schijt(e)broek ‘lafaard’ immers ook al in de zestiende eeuw geattesteerd: schijt broeck (1569–1578), schijte-broeck (1663). Ik beschouw pisse-bedde ‘bed-plasser’ daarom toch in de eerste plaats als een interne formatie van het Nederlands. Wel kan het gebruik als naam voor de paardebloem door taalcontact met het Frans zijn bevorderd.--Mdevaan 30 okt 2016 19:54 (CET)

Pissebed is een volksnaam voor een plant - geen bloem - van het geslacht Paardenbloem (Taraxacum-soorten) en is ook een meer officiële naam voor een reeks schaaldieren - geen insecten - met verschillende soortnamen, zoals bijvoorbeeld Kelderpissebed (Oniscus asellus) en de Gewone pissebed (Porcellio scaber). Net zoals Paardebloemsoorten als urineafdrijvende middelen in het verleden gebruikt werden, werden vroeger in de volksgeneeskunde uitgeperst sap van Pissebedden of gedroogde en gemalen Pissebedden eveneens aangewend voor een pijnlijke of moeilijke urinelozing; alhoewel ook beschreven staat dat die dieren nuttig kunnen zijn tegen bedwateren. Het klopt dat Paardenbloemen, waarvan de bladeren als sla gegeten kunnen worden, urineafdrijvende eigenschappen bezitten. De schaaldieren met nochtans de naam Pissebedden worden gelukkig daar niet meer voor gebruikt. [WD]