penningmeester

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Samenstelling van penning, 'zekere munt', ook meer algemeen gebruikt voor 'muntgeld' of 'geld', en meester 'gezaghebber, beheerder', dus de persoon die het geld beheert.

Oorspronkelijk gebruikt voor de beheerder van de financiën van een waterschap, in die betekenis kennelijk al sinds de 16e eeuw in gebruik: "Jacob Campe, penningmeester van de Oostwatering en der buitendijksche werken van de Vijfambachten benoorden der Vere" (1580, [1]), "Want waar souwen de Waarden, Pachters, Penningmeesters tgelt haalen, // Daar de Staten der Steden me versien, en de Soldaten me betaalen?" (Bredero 1615, [2]), "Corn. Mich. Soetens, bedienende het penningmeesterampt van Delfland" (1664 [3]).

De moderne betekenis als geldbeheerder van een vereniging of dergelijke kan worden gezien bij de 'Maetschappye der Nederlandsche Letterkunde' in 1766-1767.[4]

-- AE