oprecht

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Een mogelijk oudere attestatie zijn de Bankrechten van Gulpen, 1407[1]. Ik ben er echter niet 100% zeker van dat dit inderdaad de versie uit 1409 is, en niet een latere, aangepaste versie: "soo en solde sy auch geyn vleysch vercoupen dat niet oprecht en waer".

Verder zij nog opgemerkt dat in de 15e eeuw een werkwoord oprechten 'recht maken' bestond, getuige "tot er tijt toe dat wy hemlieden alsuc ghebrec als daerinne ghedaen ware, weder daden beteren ende uprechten ende daerof gheheelic ofghelaten ende ons verdreghen zullen hebben" (Groot-Privilege van landvoogdes Maria aan de Staten-Generaal, 1477[2]) en "die ons oprecht die muren die auerecht gheworpen waren" (Delftse Bijbel 1477[3]).

-- AE