lieveheersbeestje

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Lieveheersbeestje 1876, oorspronkelijk meestal onze(n)lieve(n)heersbeestje 1802 'kever' (Coccinella).

Het 'beest' moet hier waarschijnlijk als 'koe' worden begrepen. De naam Gods koe voor het lieveheersbeestje komt in veel Europese talen voor: Middelengels Goddyscos, Iers buohig-Doue, Bóin Dé, Russisch божья коровка; ook Duits Gottes-Kühlein, Frans vache à Dieu, Spaans Vaquilla de Dios (deze laatsten verouderde of dialectische vormen). Reden voor de aanduiding koe is mogelijk dat het lieveheersbeestje 'gemolken' kan worden: Als het over de pootjes gewreven wordt, scheidt het een onsmakelijke beschermingsvloeistof uit, die in de volksgeneeskunde gebruikt wordt als middel tegen tandpijn.

Een andere mogelijke verklaring is dat het is afgeleid van een ouder "Lieven Heers Haantjes" (Swammerdam 1738) met variantvorm "onze Vrouwen Haantkens", dat zich aansluit bij Engels ladybird, Duits Marienkäfer, Frans (ongebruikelijk) bête à bon Dieu. Dit is mogelijk een christianisering van Oudnoors freyafugla (vrouwenvogel of Freya's vogel).

-- AE

groepsnaam voor verschillende soorten kevertjes die gekenmerkt zijn door gekleurde stippen op de rug, met als best gekende soort het Zevenstippelig lieveheersbeestje (Coccinella septempunctata). De naam is oorspronkelijk van christelijke inspiratie, waarbij de "liefelijke" kevertjes aangezien werden als door God gezonden geluksbrengers, wat ook blijkt uit een Franse naam bête à bon Dieu en een Duitse naam Herrgottskäfer voor deze insecten. Volgens dezelfde inspiratie werd ook soms de heilige Maria, de moeder Gods, aangezien als de hemelbode die kinderen en zieken beschermt, wat tot uiting komt in de Duitse namen Marienkäfer en Muttergotteskäfer en in de Engelse namen Ladybird en Ladybug voor deze kevertjes. [WD]