koet

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Klanknabootsend woord, naar de roep van de vogel (vgl. J.P. Thijsse, Het vogeljaar, Versluys, Amsterdam, 2e druk 1913, p. 332: het kort, eenigszins keffend geluid: ‘Koet, koet’).

-- Dirk