bassen
bassen ww. ‘blaffen, schreeuwen, tekeergaan’
Gezien de sterke vervoeging is mnl. bassen ‘schreeuwen, blaffen, aanhitsen’ waarschijnlijk zeer oud en aldus te herleiden tot pgm. *bassan-. Dit ware geen klanknabootsing, maar een nevenvorm van *basan- ‘krachtig spreken, gebieden’, waarvoor zie nnl. baas 'leider, hoofd van iets'.
[O.E.C. van Renswoude]