insinuatie
Insinuatie 'betekening van processtukken' 1535 (Costumen van Mechelen[1])
Voor het aangegeven eerste gebruik van de moderne betekenis, zien we al figuurlijk gebruik van het woord, dat mogelijk in de moderne betekenis is uitgemond:
- Focquenbroch (overleden 1670) [2]: 'binnenkomst, toegang' "Zo bidden wy u naer behoorlyke recommandatie // Om een particuliere insinuatie // In U E. aller goeje gratie."
- Nederduitse en Latynse keurdichten (1710) [3]: 'aanwijzing, (indirect) advies' "daarom zo dient dit voor u lieden tot een Insinuatie, // Dat gy uw bril gebruikt, als 'er lofdigten van my nitgaan, in plaats van een verkleinglaasje"
- Heinsius (1722) [4] 'eerste uitspraak of daad': "Maar gelyk dese beiderzydse protestantien seer gevaarlyk voor jonge luiden zyn, sou het by dese eerste insinuatie mogelyk niet gebleven hebben"