biemukske

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Voor de koolmees kent het Kempenlands allereerst het verkleinwoord biemukske. Daarnaast biemook (met de 'oo' van boor) en biemeuk (met de 'eu' van deur). De gangbare verklaring is dat het tweede element mook/meuk gelijkgesteld wordt met mook/meuk 'koeienmaag'. Men verklaart dit uit het feit dat de koolmees er in de winter nogal bol en opgezet uitziet. Zie Henk Blok, Herman ter Stege, De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, Leidschendam/Waalre 1995, blz. 220; Klaas J. Eigenhuis, Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam 2004, blz. 69; Frans Debrabandere, Brabants etymologisch woordenboek, Leuven 2016, blz. 75; Jos Swanenberg, Lexicale variatie cognitief-semantisch benaderd, proefschrift 1968. Deze verklaring ligt om een aantal redenen niet voor de hand. De metafoor die gebaseerd is op overeenkomst tussen een koeienmaag en een koolmees is ongeloofwaardig. Bovendien levert dit een samenstelling op die gedeeltelijk letterlijk (bie) en gedeeltelijk figuurlijk (mook/meuk) opgevat dient te worden. En dat is wel een heel merkwaardige samenstelling. We hebben dan eigenlijk met een bijenkoeienmaag te doen. Verder is mook/meuk 'koeienmaag' een mannelijk woord en biemeuk een vrouwelijk woord. Er is geen overeenkomst in de verspreiding van de uitspraak mook/meuk 'koeienmaag' en biemook/biemeuk. Zo komt bijvoorbeeld in Lage Mierde, Vessem en Hoogeloon het woord biemeuk voor, terwijl daar de koeienmaag mook heet. We stellen daarom een andere verklaring voor. Het woord biemees wordt in een aantal naburige dialecten onder invloed van de 'm' gerond tot biemeus (met de 'eu' van deur). Als je hier een verkleinwoord van maakt, ontstaat volgens de gangbare verkortingsregels in deze dialecten biemuske (vergelijk: deur > durke, zeum > zumke, kneup > knupke). Uit biemuske kan door anticipatie van de 'k' biemukske ontstaan. Als de dialectspreker van het verkleinwoord biemukske het hoofdwoord wil vormen, doet zich een probleem voor. Hij zal -ske als verkleiningsuitgang interpreteren. Hij laat de uitgang -ske weg en weet dat de 'u' een verkortingsproduct kan zijn van de 'eu', vergelijk deur > durke. Hij zal dan biemeuk reconstrueren. Maar de dialectspreker weet evenzeer dat de 'u' een verkortingsproduct kan zijn van de 'oo', vergelijk boom > bumke, oom > umke, goot > gutje. Een andere dialectspreker kan biemukske zonder blikken of blozen rückbilden tot biemook. En zo zullen we de varianten biemeuk/biemook moeten verklaren. Zie voor deze verklaring: Wim van Gompel, Reusels woordenboek, deel 2, Reusel 2003, blz. 88; Wim van Gompel, Het verklaren van klankverschil in verwante dialectwoorden, Brabants, kwartaaluitgave over Brabantse taal, literatuur, muziek, dialect- en naamkunde, jaargang 6, nr 2, juni 2009, blz. 26-31.

[Wim van Gompel]