ribose: verschil tussen versies

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken
k (auteur(s))
Regel 4: Regel 4:
  
 
-- AE
 
-- AE
 +
 +
ribose is een soort suiker waarvan de molecule vijf koolstofatomen bevat. In 1891 werd ribose chemisch gesynthetiseerd door de Duitse chemici Emil Fischer (1852-1919; Nobelprijswinnaar 1902) en Oskar Piloty (1866-1915), uitgaande van ribonzuur dat zelf uit arabonzuur ontstaan was. De term ribose ontstond uit ribonzuur (origineel Ribonsäure), waarbij -ose de algemene verwijzing is naar een soort suiker. Doordat ribonzuur chemisch gevormd werd uit arabonzuur (Arabonsäure) werd eerst de term ribonzuur en dan de term ribose gewoon gesmeed door ''ara'' in de term arabonzuur te vervangen door ''ri'' met voor ribose de aanhechting -ose i.p.v. zuur. Volgens het boek ''Biochemie génétique'' (2006) van J. Etienne e.a. zou de term ribose ontstaan zijn naar de initialen van het Amerikaanse instituut waar een vorm van ribose ontdekt werd: Rockefeller Institute of Biochemistry: RIB ose. Een kwakkel.
 +
Van ribose afgeleide moleculen maken deel uit van o.m. riboflavine (vitamine B2), desoxyribonucleïnezuur (deoxyribonucleic acid = DNA) en ribonucleïnezuur (ribonucleic acid = RNA). Ribosoom is geen stof maar een celorganel dat een rol speelt bij de synthese van eiwitten in de cellen en waarbij RNA betrokken is; Grieks soma = lichaam. [WD]

Versie van 1 mrt 2017 om 16:48

ribose 'monosaccharide'. Gemint door de Duitse chemicus Emil Fischer bij de ontdekking in 1891, door de letters van arabinose (een ander monosaccharide, zo genoemd omdat het voor het eerst werd aangetroffen in Arabische gom) ingekort door elkaar te husselen.

ribo- werd een voorvoegsel voor chemische en biologische stoffen en processen waarin ribose een rol speelt, bijvoorbeeld ribosoom, riboflavine (vitamine B) en ribonucleïnezuur (RNA).

-- AE

ribose is een soort suiker waarvan de molecule vijf koolstofatomen bevat. In 1891 werd ribose chemisch gesynthetiseerd door de Duitse chemici Emil Fischer (1852-1919; Nobelprijswinnaar 1902) en Oskar Piloty (1866-1915), uitgaande van ribonzuur dat zelf uit arabonzuur ontstaan was. De term ribose ontstond uit ribonzuur (origineel Ribonsäure), waarbij -ose de algemene verwijzing is naar een soort suiker. Doordat ribonzuur chemisch gevormd werd uit arabonzuur (Arabonsäure) werd eerst de term ribonzuur en dan de term ribose gewoon gesmeed door ara in de term arabonzuur te vervangen door ri met voor ribose de aanhechting -ose i.p.v. zuur. Volgens het boek Biochemie génétique (2006) van J. Etienne e.a. zou de term ribose ontstaan zijn naar de initialen van het Amerikaanse instituut waar een vorm van ribose ontdekt werd: Rockefeller Institute of Biochemistry: RIB ose. Een kwakkel. Van ribose afgeleide moleculen maken deel uit van o.m. riboflavine (vitamine B2), desoxyribonucleïnezuur (deoxyribonucleic acid = DNA) en ribonucleïnezuur (ribonucleic acid = RNA). Ribosoom is geen stof maar een celorganel dat een rol speelt bij de synthese van eiwitten in de cellen en waarbij RNA betrokken is; Grieks soma = lichaam. [WD]