nuver

Uit Etymologiewiki
Versie door AndreBot (overleg | bijdragen) op 24 jun 2012 om 08:26 (auteur(s))
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Gronings 'lief, aardig', maar in delen van de provincie ook 'zonderling, excentriek'.

Dit woord wordt besproken door W. de Vries in het Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde (1913). Hij leidt dit af uit het woord 'nieuw' dat al in het middelnederlands ook de bijbetekenissen 'vreemd' en 'in de smaak vallend' had. Hij hypothetiseert dat er vroeger in het Gronings naast het bekende nei een nevenvorm *nuwe bestond. Deze werd geleidelijk door nei verdrongen, en kwam voornamelijk voor in uitdrukkingen als "Wat 'n nuver kind!" De -er is hier van oorsprong een naamvalsuitgang van het meervoud, die echter in deze context ook in het enkelvoud in alle geslachten werd gebruikt. Doordat *nuwe derhalve bijna altijd -er kreeg, werd dit op den duur als een onderdeel van het basiswoord gevoeld.

Het Brabantse nuver 'ijverig' is een klankvariatie van niver, zie nijver.

Het Friese nuver 'raar, zonderling' is vermoedelijk een leenwoord uit het Gronings (of een ander Nedersaksisch dialect), het zou echter ook zoals in het Brabants uit niver kunnen zijn ontstaan. Zelfs nog mogelijk is dat beide etymologieën een rol spelen, waarbij nuver < niver voor de betekenis 'buitengewoon goed' heeft gezorgd, en het Groningse nuver voor de overige betekenissen, die dichter bij 'vreemd' liggen.

Het volledige artikel van De Vries valt na te lezen op http://www.dbnl.org/tekst/_tij003191301_01/_tij003191301_01_0030.php - naast een uitgebreidere beschrijving van wat hierboven kort staat uitgelegd, doet hij ook de redenen uit de doeken om de etymologie voor nuver uit niver voor het Gronings te verwerpen.

-- AE