medemens

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

medemens zn. ‘een ander mens, naaste’

Mnl. medemensch in Vrede sullen wy hebben mit onsen medemenschen [15e eeuw; MNW]; vnnl. in Hebt deernis met uwe meedemensch [1776; WNT].

Afgeleid van mens met het voorvoegsel mede-.

In de DBNL vinden we nog een oudere vnnl. attestatie dan de oudste die WNT geeft: Om hier sijn medemensch, te thoonen sulcx met stichtingh... (Weemers, A., 'Op de Vrage: Wat oeff'ningh is elck best, en nodighst voor 't ghemeen?', in Vlissings redens lust-hof, beplant met seer schoone en bequame oeffeningen. Jacob Jansz Pick, Vlissinge, 1642, fol. C3r). Nog eerder, in 1618, schrijft Fransoys Beyts al in zijn inleiding op de Nederlandse versie van de Bijbelvertaling van Sebastianus Castellio (Ioris Abramsz vander Marice, Leyden, 1618): ende als medemenschen sijne menschelijke feylen (sonder eenighe sijn) verschoont.


-- YA