levenslust

Uit Etymologiewiki
Versie door Andre (overleg | bijdragen) op 21 feb 2012 om 08:38
Ga naar: navigatie, zoeken

levenslust 'opgewektheid, plezier in het leven'. 1714 (Luyken) [1]: "bitter is de deugd voor de natuur, dewyl zy een tegen-gift is van haar quaade levens-lust", 1719 (Dullaert) [2]: "Levenslust" (titel van een uit het Frans vertaald gedicht), 1725 (Brandt) [3]: "Uw levenslust was recht door zee te gaan."

Een vertaling van Frans joie de vivre, misschien via het Duits waar het woord Lebenslust in elk geval in de tweede helft van de 17e eeuw wordt aangetroffen.

Afleiding levenslustig 'veel levenslust hebbend' 1830 "de vrolijke en levenslustige Muzenzonen" [4].