wieken (dial.)

Uit Etymologiewiki
Versie door Wim van Gompel (overleg | bijdragen) op 7 apr 2021 om 19:51
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Wieken (dial.)

Volgens het Woordenboek van de Brabantse dialecten betekent wieken schreeuwen van het varken als het geslacht wordt, hinniken van een paard. Het komt ook een enkele keer voor voor menselijke geluiden als gillen, krijsen, schreeuwen. Volgens het WNT is wieken een afleiding van (molen)wiek. Weijnen en Debrabandere volgen die mening. Weijnen geeft als grondbetekenis van wieken: het geluid van ronddraaiende molenwieken maken. Om een aantal redenen is deze verklaring onaannemelijk. Het geluid van schreeuwende varkens, hinnikende paarden of krijsende mensen lijkt helemaal niet op het monotone geluid van draaiende molenwieken. De door Weijnen genoemde betekenis van wieken (het geluid van ronddraaiende molenwieken maken) heb ik nergens kunnen vinden. Die betekenis kan ook helemaal niet bestaan. Het is niet mogelijk om van het zelfstandig naamwoord wiek een werkwoord wieken af te leiden met als betekenis het geluid van ronddraaiende wieken maken. Een ketting kan piepen, maar een ketting kan niet kettingen. Een schoen kan kraken, maar niet schoenen. Tanden kunnen knarsen, maar niet tanden. En zo kan een wiek wel zoeven, maar niet wieken. Wieken zal een klanknabootsing zijn zoals zo veel (dieren)geluiden: gakken, hinniken, blaten, knorren, janken. Klanknabootsingen met de klinkers ie of i geven meestal een hoog geluid weer: Duits wiehern 'hinniken', Engels to whistle 'fluiten', Ijslands hvia 'hinniken', Latijn sibilare 'fluiten'. In mijn Reusels dialect wordt het geluid van een jong varken nagebootst met wiekwiekwiek. Van het klanknabootsende wiek zal het werkwoord wieken afgeleid zijn.

Zie: Wim van Gompel, Wieken, Brabants, Kwartaalblad over Brabanders en hun taal, jaargang 4, nummer 2, september 2017, blz. 31

[Wim van Gompel]