privacy
Reeds in 1879-1880 "Maar wie dacht voorheen aan die naäperij der privacy van de Engelschen?" (De Gids, [1]). Dit is echter vermoedelijk een toevallige ontlening, de schrijver beschouwt het als een Engels woord gebruikt in een Nederlandse tekst, meer dan als een in het Nederlands overgenomen Engels woord. Hetzelfde zou ook gesteld kunnen worden van De Ingenieur 1919 [2] ("[De Engelschman] is voor alles gesteld op zijn "privacy""), maar het gebruik in een niet-Engelse context in de Hollandse Revue 1933 [3] ("Zelfs hier bestond geen "privacy"") geeft aan dat het woord toen al duidelijk aan het inburgeren was.
-- AE