verbinden
Verbinden (in het landrecht van Thorn (1180, maar afschrift met mogelijke wijzigingen 1295): "datt niemant macht en hefft syn lehen offte laetgoett, [...] to verkoepen, to versetten, noch to splytten, noch to verbinden, noch to verwelckeren, noch to verpennen, noch to verburchtochten...".) Algemeen Westgermaans: os. ferbinden, ofri. forbinda, ang. forbindan, ohd far-, firbindan. De betekenis van het voorvoegsel ver- is onduidelijk. Het zou om een algemene versterking van het woord binden kunnen gaan, of om het aangeven van het gevolg van een handeling. Er is ook een betekenis 'samenvoegen' voor het voorzetsel ver-, dit kan echter ontstaan zijn naar analogie van een ouder verbinden (zie ook WNT, betekenissen 21-25).
-- AE