Samenstelling uit echt + breuk (zie ook breken). Algemeen-Westgermaans getuige Duits Ehebruch en Oudengels æwbryce (modern Engels adultery via het Frans uit het Latijn). Het woord 'breken' dient hier vermoed ik gelezen te worden als het breken van de huwelijksbelofte of het huwelijkscontract.