echtbreuk

Uit Etymologiewiki
Versie door Andre (overleg | bijdragen) op 28 nov 2011 om 15:04
Ga naar: navigatie, zoeken

Samenstelling uit echt + breuk (zie ook breken). Algemeen-Westgermaans getuige Duits Ehebruch en Oudengels æwbryce (modern Engels adultery via het Frans uit het Latijn). Het woord 'breken' dient hier vermoedelijk gelezen te worden als het breken van de huwelijksbelofte of het huwelijkscontract.