<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Wim+van+Gompel</id>
	<title>Etymologiewiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Wim+van+Gompel"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://etymologiewebsite.nl/wiki/Speciaal:Bijdragen/Wim_van_Gompel"/>
	<updated>2026-04-28T02:38:25Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.31.0</generator>
	<entry>
		<id>https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/index.php?title=wieken_(dial.)&amp;diff=7810</id>
		<title>wieken (dial.)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/index.php?title=wieken_(dial.)&amp;diff=7810"/>
		<updated>2021-04-07T17:51:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Wim van Gompel: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Wieken (dial.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Volgens het Woordenboek van de Brabantse dialecten betekent &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039;&amp;#039; schreeuwen van het varken als het geslacht wordt, hinniken van een paard. Het komt ook een enkele keer voor voor menselijke geluiden als gillen, krijsen, schreeuwen. Volgens het WNT is &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039;&amp;#039; een afleiding van (molen)wiek. Weijnen en Debrabandere volgen die mening. Weijnen geeft als grondbetekenis van &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039;&amp;#039;: het geluid van ronddraaiende molenwieken maken. Om een aantal redenen is deze verklaring onaannemelijk. Het geluid van schreeuwende varkens, hinnikende paarden of krijsende mensen lijkt helemaal niet op het monotone geluid van draaiende molenwieken. De door Weijnen genoemde betekenis van &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039;&amp;#039; (het geluid van ronddraaiende molenwieken maken) heb ik nergens kunnen vinden. Die betekenis kan ook helemaal niet bestaan. Het is niet mogelijk om van het zelfstandig naamwoord &amp;#039;&amp;#039;wiek&amp;#039;&amp;#039; een werkwoord &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039;&amp;#039; af te leiden met als betekenis het geluid van ronddraaiende wieken maken. Een ketting kan piepen, maar een ketting kan niet kettingen. Een schoen kan kraken, maar niet schoenen. Tanden kunnen knarsen, maar niet tanden. En zo kan een wiek wel zoeven, maar niet wieken.&lt;br /&gt;
Wieken zal een klanknabootsing zijn zoals zo veel (dieren)geluiden: gakken, hinniken, blaten, knorren, janken. Klanknabootsingen met de klinkers ie of i geven meestal een hoog geluid weer: Duits &amp;#039;&amp;#039;wiehern&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;hinniken&amp;#039;, Engels &amp;#039;&amp;#039;to whistle&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;fluiten&amp;#039;, Ijslands &amp;#039;&amp;#039;hvia&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;hinniken&amp;#039;, Latijn &amp;#039;&amp;#039;sibilare&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;fluiten&amp;#039;. In mijn Reusels dialect wordt het geluid van een jong varken nagebootst met &amp;#039;&amp;#039;wiekwiekwiek&amp;#039;&amp;#039;. Van het klanknabootsende &amp;#039;&amp;#039;wiek&amp;#039;&amp;#039; zal het werkwoord &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039;&amp;#039; afgeleid zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie: Wim van Gompel, Wieken, Brabants, Kwartaalblad over Brabanders en hun taal, jaargang 4, nummer 2, september 2017, blz. 31&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[Wim van Gompel]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Wim van Gompel</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/index.php?title=wieken_(dial.)&amp;diff=7809</id>
		<title>wieken (dial.)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/index.php?title=wieken_(dial.)&amp;diff=7809"/>
		<updated>2021-04-07T17:45:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Wim van Gompel: nieuwe etymologie van wieken (dial.)&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Wieken (dial.)&lt;br /&gt;
Volgens het Woordenboek van de Brabantse dialecten betekent &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;schreeuwen van het varken als het geslacht wordt, hinniken van een paard&amp;#039;. Het komt ook een enkele keer voor voor menselijke geluiden als gillen, krijsen, schreeuwen. Volgens het WNT is &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039; een afleiding van (molen)wiek. Weijnen en Debrabandere volgen die mening. Weijnen geeft als grondbetekenis van &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039;&amp;#039;: &amp;#039;het geluid van ronddraaiende molenwieken maken&amp;#039;. Om een aantal redenen is deze verklaring onaannemelijk. Het geluid van schreeuwende varkens, hinnikende paarden of krijsende mensen lijkt helemaal niet op het monotone geluid van draaiende molenwieken. De door Weijnen genoemde betekenis van &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039;&amp;#039; (&amp;#039;het geluid van ronddraaiende molenwieken maken&amp;#039;) heb ik nergens kunnen vinden. Die betekenis kan ook helemaal niet bestaan. Het is niet mogelijk om van het zelfstandig naamwoord &amp;#039;&amp;#039;wiek&amp;#039;&amp;#039; een werkwoord &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039;&amp;#039; af te leiden met als betekenis &amp;#039;het geluid van ronddraaiende wieken maken&amp;#039;. Een ketting kan piepen, maar een ketting kan niet kettingen. Een schoen kan kraken, maar niet schoenen. Tanden kunnen knarsen, maar niet tanden. En zo kan een wiek wel zoeven, maar niet wieken.&lt;br /&gt;
Wieken zal een klanknabootsing zijn zoals zo veel (dieren)geluiden: gakken, hinniken, blaten, knorren, janken. Klanknabootsingen met de klinkers ie of i geven meestal een hoog geluid weer: Duits &amp;#039;&amp;#039;wiehern&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;hinniken&amp;#039;, Engels &amp;#039;&amp;#039;to whistle&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;fluiten&amp;#039;, Ijslands &amp;#039;&amp;#039;hvia&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;hinniken&amp;#039;, Latijn &amp;#039;&amp;#039;sibilare&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;fluiten&amp;#039;. In mijn Reusels dialect wordt het geluid van een jong varken nagebootst met &amp;#039;&amp;#039;wiekwiekwiek&amp;#039;&amp;#039;. Van het klanknabootsende &amp;#039;&amp;#039;wiek&amp;#039;&amp;#039; zal het werkwoord &amp;#039;&amp;#039;wieken&amp;#039;&amp;#039; afgeleid zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie: Wim van Gompel, Wieken, Brabants, Kwartaalblad over Brabanders en hun taal, jaargang 4, nummer 2, september 2027, blz. 31&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[Wim van Gompel]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Wim van Gompel</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/index.php?title=biemukske&amp;diff=7803</id>
		<title>biemukske</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/index.php?title=biemukske&amp;diff=7803"/>
		<updated>2021-03-26T16:36:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Wim van Gompel: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Voor de koolmees kent het Kempenlands allereerst het verkleinwoord &amp;#039;&amp;#039;biemukske&amp;#039;&amp;#039;. Daarnaast &amp;#039;&amp;#039;biemook&amp;#039;&amp;#039; (met de &amp;#039;oo&amp;#039; van boor) en &amp;#039;&amp;#039;biemeuk&amp;#039;&amp;#039; (met de &amp;#039;eu&amp;#039; van deur). De gangbare verklaring is dat het tweede element &amp;#039;&amp;#039;mook/meuk&amp;#039;&amp;#039; gelijkgesteld wordt met &amp;#039;&amp;#039;mook/meuk&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;koeienmaag&amp;#039;. Men verklaart dit uit het feit dat de koolmees er in de winter nogal bol en opgezet uitziet. Zie Henk Blok, Herman ter Stege, De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, Leidschendam/Waalre 1995, blz. 220; Klaas J. Eigenhuis, Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam 2004, blz. 69; Frans Debrabandere, Brabants etymologisch woordenboek, Leuven 2016, blz. 75; Jos Swanenberg, Lexicale variatie cognitief-semantisch benaderd, proefschrift 1968.&lt;br /&gt;
Deze verklaring ligt om een aantal redenen niet voor de hand. De metafoor die gebaseerd is op overeenkomst tussen een koeienmaag en een koolmees is ongeloofwaardig. Bovendien levert dit een samenstelling  op die gedeeltelijk letterlijk (&amp;#039;&amp;#039;bie&amp;#039;&amp;#039;) en gedeeltelijk figuurlijk (&amp;#039;&amp;#039;mook/meuk&amp;#039;&amp;#039;) opgevat dient te worden. En dat is wel een heel merkwaardige samenstelling. We hebben dan eigenlijk met een bijenkoeienmaag te doen. Verder is &amp;#039;&amp;#039;mook/meuk&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;koeienmaag&amp;#039; een mannelijk woord en &amp;#039;&amp;#039;biemeuk&amp;#039;&amp;#039; een vrouwelijk woord. Er is geen overeenkomst in de verspreiding van de uitspraak &amp;#039;&amp;#039;mook/meuk&amp;#039;&amp;#039; &amp;#039;koeienmaag&amp;#039; en &amp;#039;&amp;#039;biemook/biemeuk&amp;#039;&amp;#039;. Zo komt bijvoorbeeld in Lage Mierde, Vessem en Hoogeloon het woord &amp;#039;&amp;#039;biemeuk&amp;#039;&amp;#039; voor, terwijl daar de koeienmaag &amp;#039;&amp;#039;mook&amp;#039;&amp;#039; heet.&lt;br /&gt;
We stellen daarom een andere verklaring voor. Het woord &amp;#039;&amp;#039;biemees&amp;#039;&amp;#039; wordt in een aantal naburige dialecten onder invloed van de &amp;#039;m&amp;#039; gerond tot &amp;#039;&amp;#039;biemeus&amp;#039;&amp;#039; (met de &amp;#039;eu&amp;#039; van deur). Als je hier een verkleinwoord van maakt, ontstaat volgens de gangbare verkortingsregels in deze dialecten &amp;#039;&amp;#039;biemuske&amp;#039;&amp;#039; (vergelijk: &amp;#039;&amp;#039;deur &amp;gt; durke, zeum &amp;gt; zumke, kneup &amp;gt; knupke&amp;#039;&amp;#039;). Uit &amp;#039;&amp;#039;biemuske&amp;#039;&amp;#039; kan door anticipatie van de &amp;#039;k&amp;#039; &amp;#039;&amp;#039;biemukske&amp;#039;&amp;#039; ontstaan. Als de dialectspreker van het verkleinwoord &amp;#039;&amp;#039;biemukske&amp;#039;&amp;#039; het hoofdwoord wil vormen, doet zich een probleem voor. Hij zal -ske als verkleiningsuitgang interpreteren. Hij laat de uitgang -ske weg en weet dat de &amp;#039;u&amp;#039; een verkortingsproduct kan zijn van de &amp;#039;eu&amp;#039;, vergelijk &amp;#039;&amp;#039;deur &amp;gt; durke&amp;#039;&amp;#039;. Hij zal dan &amp;#039;&amp;#039;biemeuk&amp;#039;&amp;#039; reconstrueren. Maar de dialectspreker weet evenzeer dat de &amp;#039;u&amp;#039; een verkortingsproduct kan zijn van de &amp;#039;oo&amp;#039;, vergelijk &amp;#039;&amp;#039;boom &amp;gt; bumke, oom &amp;gt; umke, goot &amp;gt; gutje&amp;#039;&amp;#039;. Een andere dialectspreker kan &amp;#039;&amp;#039;biemukske&amp;#039;&amp;#039; zonder blikken of blozen rückbilden tot &amp;#039;&amp;#039;biemook&amp;#039;&amp;#039;. En zo zullen we de varianten &amp;#039;&amp;#039;biemeuk/biemook&amp;#039;&amp;#039; moeten verklaren. Zie voor deze verklaring: Wim van Gompel, Reusels woordenboek, deel 2, Reusel 2003, blz. 88; Wim van Gompel, Het verklaren van klankverschil in verwante dialectwoorden, Brabants, kwartaaluitgave over Brabantse taal, literatuur, muziek, dialect- en naamkunde, jaargang 6, nr 2, juni 2009, blz. 26-31.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[Wim van Gompel]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Wim van Gompel</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/index.php?title=biemukske&amp;diff=7802</id>
		<title>biemukske</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/index.php?title=biemukske&amp;diff=7802"/>
		<updated>2021-03-24T20:46:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Wim van Gompel: nieuwe etymologie van biemukske&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Voor de koolmees kent het Kempenlands allereerst het verkleinwoord biemukske. Daarnaast biemook (met de &amp;#039;oo&amp;#039; van boor en biemeuk (met de &amp;#039;eu&amp;#039; van deur). De gangbare verklaring is dat het tweede element mook/meuk gelijkgesteld wordt met mook/meuk &amp;#039;koeienmaag&amp;#039;. Men verklaart dit uit het feit dat de koolmees er in de winter nogal bol en opgezet uitziet. Zie Henk Blok, Herman ter Stege, De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, Leidschendam/Waalre 1995, blz. 220; Klaas J. Eigenhuis, Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam 2004, blz. 69; Frans Debrabandere, Brabants etymologisch woordenboek, Leuven 2016, blz. 75; Jos Swanenberg, Lexicale variatie cognitief-semantisch benaderd, proefschrift 1968.&lt;br /&gt;
Deze verklaring ligt om een aantal redenen niet voor de hand. De metafoor die gebaseerd is op overeenkomst tussen een koeienmaag en een koolmees is ongeloofwaardig. Bovendien levert dit een samenstelling  op die gedeeltelijk letterlijk (bie) en gedeeltelijk figuurlijk (mook/meuk) opgevat dient te worden. En dat is wel een heel merkwaardige samenstelling. We hebben dan eigenlijk met een bijenkoeienmaag te doen. Verder is mook/meuk &amp;#039;koeienmaag&amp;#039; een mannelijk woord en biemeuk een vrouwelijk woord. Er is geen overeenkomst in de verspreiding van de uitspraak mook/meuk &amp;#039;koeienmaag&amp;#039; en biemook/biemeuk. Zo komt bijvoorbeeld in Lage Mierde, Vessem en Hoogeloon het woord biemeuk voor, terwijl daar de koeienmaag mook heet.&lt;br /&gt;
We stellen daarom een andere verklaring voor. Het woord biemees wordt in een aantal naburige dialecten onder invloed van de &amp;#039;m&amp;#039; gerond tot biemeus (met de eu van deur). Als je hier een verkleinwoord van maakt, ontstaat volgens de gangbare verkortingsregels in deze dialecten biemuske (vergelijk: deur &amp;gt; durke, zeum &amp;gt; zumke, kneup &amp;gt; knupke). Uit biemuske kan door anticipatie van de &amp;#039;k&amp;#039; biemukske ontstaan. Als de dialectspreker van het verkleinwoord biemukske het hoofdwoord wil vormen, doet zich een probleem voor. Hij zal -ske als verkleiningsuitgang interpreteren. Hij laat de uitgang -ske weg en weet dat de &amp;#039;u&amp;#039; een verkortingsproduct kan zijn van de &amp;#039;eu&amp;#039;, vergelijk deur &amp;gt; durke. Hij zal dan biemeuk reconstrueren. Maar de dialectspreker weet evenzeer dat de &amp;#039;u&amp;#039; een verkortingsproduct kan zijn van de &amp;#039;oo&amp;#039;, vergelijk boom &amp;gt; bumke, oom &amp;gt; umke, goot &amp;gt; gutje. Een andere dialectspreker kan biemukske zonder blikken of blozen rückbilden tot biemook. En zo zullen we de varianten biemeuk/biemook moeten verklaren. Zie voor deze verklaring: Wim van Gompel, Reusels woordenboek, deel 2, Reusel 2003, blz. 88; Wim van Gompel, Het verklaren van klankverschil in verwante woorden, in Brabants, kwartaaluitgave over Brabantse taal, literatuur, muziek, dialect- en naamkunde, jaargang 6, nr 2, juni 2009, blz. 26-31.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[Wim van Gompel]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Wim van Gompel</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/index.php?title=biemukske&amp;diff=7801</id>
		<title>biemukske</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://etymologiewebsite.nl/mediawiki/index.php?title=biemukske&amp;diff=7801"/>
		<updated>2021-03-23T19:02:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Wim van Gompel: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;Voor de koolmees kent het Kempenlands allereerst het verkleinwoord biemukske. Daarnaast biemook (met de &amp;#039;oo&amp;#039; van boor en biemeuk (met de &amp;#039;eu&amp;#039; van deur. De gangbare...&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Voor de koolmees kent het Kempenlands allereerst het verkleinwoord biemukske. Daarnaast biemook (met de &amp;#039;oo&amp;#039; van boor en biemeuk (met de &amp;#039;eu&amp;#039; van deur. De gangbare verklaring is dat het tweede element mook/meuk gelijkgesteld wordt met mook/meuk &amp;#039;koeienmaag&amp;#039;. Men verklaart dit uit het feit dat de koolmees er in de winter nogal bol en opgezet uitziet. Zie Henk Blok, Herman ter Stege, De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, Leidschendam/Waalre 1995, blz. 220; Klaas J. EIgenhuis, Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam 2004, blz. 69;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Wim van Gompel</name></author>
		
	</entry>
</feed>