petroleur

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken
  • De Tijd 1872: "de Regering [...] weigert aan den Katholiek de regten, die de petroleur in ruimste mate geniet"
  • De Tijd 1872: "Félix Pyat -- de beruchte petroleur --"
  • Tilburgsche Courant 1873: "Zoo zij een wezenlijken pétroleur als afgevaardigde hadden kunnen vinden, zij zouden zoo iemand gekozen hebben..."

--AE