hullie

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

oudere attestaties (dan 1882):

  • P. Meesters Oom Piet, voorstellende het karakter van eenen Hollander, die uit de geringste klasse optreedt (1832): "Generaal, die Engelschman is al boven op die kop en die parmantige goed het hullie vlag al geplant, kijk recht voor ons"
  • Johan Winkler: Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialektikon (1873):
    • Vergelijking van de Verloren Zoon in het Tielerwaards, januari 1871 [1]: "En de jongste van hullie zee tegen z'n voader: voader! gee me 't dèel van 't gèen me toekomt."
    • Idem in het Soests, januari 1871 [2]: "En de jonkste van hullie zee teugen z'n voader: voader! geef min ming voaders porsie, dat min toekomt."

-- AE