hijsen

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

hijsen ww. ‘naar boven trekken’

De afwisseling van hijsen met hissen, steevast met scherpe /s/, doet denken aan die van dijsel met dissel ‘boom aan een wagen’. Zoals het laatste stel langs pgm. *þīhslō teruggaat op ouder pgm. *þinhslō kan het eerste stel langs pgm. *hīhsan- teruggaan op ouder pgm. *hinhsan-. Met een betekenis als ‘ophangen (van het zeil o.i.d.)’ ware dit op diens beurt een s-uitbreiding van pie. *ḱenk- ‘ophangen, doen hangen’ (LIV2 325). Ook van deze wortel is pgm. *hanhan- ‘ophangen’ (mnl. haen, nnl. hangen enz.), ogenschijnlijk een o-trap-intensief. Een dergelijke s-uitbreiding, hier eveneens als intensief dienend, is tevens te vinden in bijv. pgm *leusan- (nnl. verliezen) bij pie. *leuH- ‘afsnijden, losmaken’ (LIV2 417).

De betrekkelijk late overlevering van een dusdanig oud erfwoord komt mogelijk doordat het al vrij vroeg tot de zeemanstaal beperkt was.

[O.E.C. van Renswoude]