gek

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

gek zn. ‘dwaas; krankzinnige’

Een andere mogelijkheid is dat nnl. gek en mnd. geck teruggaan op pgm. *jekka- en uiteindelijk op pie. *i̯ekw-nó- ‘levend’, waarvoor zie nnl. jagen.

[O.E.C. van Renswoude]