expat

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

expat 'persoon die werkt in het buitenland'. Afgeleid van Engels expat 1962, een inkorting van expatriate. Een expatriate was oorspronkelijk (1768) een banneling, pas veel later (1902) in de moderne betekenis. Op zijn beurt is dit afgeleid uit Frans expatrier 'verbannen', uit Latijn ex 'uit' en patria vaderland. Bron: OED.

-- AE