duiken

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

duiken ww. ‘snel onder water gaan; bukken’

Naar Kroonen (2013) is het aannemelijk dat pgm. *dūkan- ‘óndergaan’ een terugvorming is van het iteratief werkwoord *dukkōn- (vnnl. docken ‘duiken, duikelen’, mhd. tocken ‘dompelen’).

Of beter *dukk/gōn-, want het oorspronkelijke paradigma was 3ev. *dukkōþi, 3mv. *dugunanþi, gezien de verwantschap van *daugjan- ‘ondergáán’ (oe. gedíegan ‘verduren’, nnl. gedogen ‘dulden’) en *daugala- ‘verborgen (onder de grond of water), geheim’ (oe. déagol, os. dôgal-, ofri. dágol, ohd. tougal).

Van de iteratief zijn mogelijk afgeleid *duggan- ‘duikelaar; laag iets of iemand’ (me. dogge ‘grove hond’, vnnl. dogge ‘kabeljauw (een bodemvis)’, dr. dogge ‘sufferd, lomp, niet al te slim mens of dier’, on. dugga (v.) ‘lafaard, waardeloze kerel’) en *dukkan- (mnl. dokke ‘hoefblad, plomp enz.’). Een vergelijkbare afleiding is *fubban-, *fuppan- (me. fobbe ‘bedrieger’, me. foppe ‘nar, dwaas’) van de iteratief *fupp/bōn- ‘gek doen, voor de gek houden’ (nnl. foppen).

[O.E.C. van Renswoude]


Verwijzing: Kroonen, G., Etymological Dictionary of Proto-Germanic (Leiden, 2013)