dra

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

dra bw. van tijd, ‘spoedig’, benevens weldra bw. en zodra vw.

Mnl. drade ‘gauw’ (1220–1240, Nederrijnse Aiol). Vnnl. zelden draey (Souterliedekens, Antwerpen, 1540; Het Offer des Heeren, 1570), normaal dra ‘snel, vlug; spoedig’ (1598), tot 1700 ook als drae gespeld. In de loop van de 20e eeuw verdwijnt dra uit de schrijftaal, behalve waar bewust archaïserend gebruikt. Een Mnl. variant drede is een keer geattesteerd, naast drade in dezelfde – Utrechtse – tekst. In moderne dialecten wijzen Noordlimburgs drej, Weertlands drieë ook op Mnl. *drēde, met i-umlaut van een Wgm. lange *ā als in traag (Duits träge).

Nnl. weldra ‘binnenkort, spoedig’ (met klemtoon op wel) is een samenvoeging van Vnnl. wel en drae (met klemtoon, vermoedelijk, op drae). Tot ca. 1760 werden ze gewoonlijk als twee woorden geschreven, de oudste attestaties zijn gevonden in de Haarlemse rederijkersspelen vanaf ca. 1597 (bijv. wel drae in Die daet der tirannen). Tot 1760 is spelling als een woord uitzonderlijk, tussen 1760 en 1800 concurreren wel dra en weldraa, en na 1800 wordt weldra de norm.

Zodra, samenstelling van zo en dra. Mnl. also dradeals ‘zo snel … als’ (1430; Cronyke van Vlaenderen, Deel 1). Vnnl. so dra als ‘op het moment dat, zo snel als’ (1626, Minne-plicht). Door weglating van als ontstaat het onderschikkende voegwoord so(o) dra(e), zo(o) dra. Voorbeelden: soo drae tlicht des waerheijts was verdreven (Louris Jansz, ca. 1599), maer also dra Spinola ’t heeft gehoord (in het lied Merck toch hoe sterck, 1626). Vanaf 1800 wordt zo(o)dra gespeld. Een aparte constructie is Vnnl. soedrae … niet … of (1575), so dra en … niet … of ‘nauwelijks … of’ (1649). In de 19e eeuw komt aldra voor in dezelfde betekenis als weldra; het is uiteraard een samentrekking van al dra ‘reeds spoedig’, een in 1686 voor het eerst aangetroffen combinatie.

Verwante vormen: Middelnederduits drēde, drāde bw. ‘snel’, Oudhoogduits thrāti > drāti bn. ‘snel, hevig’, bw. dhrāto > drāto, Middelhd. dræte, drâte ‘snel; meteen’. Het bn. gaat terug op Proto-Germaans *Þrēdja-, het bw. op umlautloos *Þrēdō. Westned. drade kan op beide vormen teruggaan, de oostelijke dialecten hebben blijkbaar de umlautvorm gegeneraliseerd. Het bn. *Þrē-dja- is een afleiding van het PGm. werkwoord *Þrē-an ‘draaien’ waaruit Ned. draaien, Duits drehen, Engels throw zijn ontstaan. De betekenissen ‘hevig’ en ‘snel’ zijn wel vaker afkomstig van ‘draaien’, vgl. PGm. *snewan- ‘zich haasten’ (Gotisch sniwan) uit ouder ‘draaien’ (Oudnoors snúa ‘draaien’), en Engels throw ‘gooien’ uit ‘draaien’. Ned. draad uit PGm. *Þrē-du- is een andere, evidente afleiding van draaien. --Mdevaan 16 sep 2014 20:40 (CEST)