doopceel

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Kan worden geantedateerd tot 1726: Jacob Campo Weyerman Den ontleeder der gebreken[1]: "de Doopceel van een Charrier, die de Zeeuwsche Ryksdaalders besnoeit". Opvallend genoeg is dit enkele decennia vóór de oudst bekende attestatie (1761 WNT) in de letterlijke betekenis.

-- AE