dommekracht

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

dommekracht v. ‘werktuig om zware voorwerpen op te tillen’ Vnnl. (mv.) dommekrachten ‘werktuigen’ (1652-62), dommekragt ‘dom en log persoon’ (1690); Nnl. dommekracht ‘domme geweldenaar’ (1724-26); zie EWN voor deze attestaties. De bestaande etymologische verklaringen moeten worden herzien in het licht van dom ‘naaf’. We weten nu dat dat woord op een West-Germaanse vorm met korte klinker *u teruggaat, en de eenvoudigste aanname is daarom dat dommekracht in de 17e eeuw uit precies dat domme ‘duim, naaf’ en kracht is gevormd. De alternatieve verklaring, nl. dat dom pas binnen het Nederlands uit een voorloper van duim verkort werd, is daarmee overbodig. Die verklaring moet ook op basis van de vorm afgewezen worden. De vergelijking met de dialectische verkorting van bloem tot blom loopt mank aangezien het daarbij om een andere klinker gaat (Mnl. /o:/ of /oə/ in bloem, Mnl. /u:/ of /y:/ in duim), en omdat die verkorting een veel sporadischer karakter heeft dan de algemene verspreiding van dom ‘naaf’. --Mdevaan 30 jul 2014 20:50 (CEST)