vlaanderen

Uit Etymologiewiki
(Doorverwezen vanaf Vlaanderen)
Ga naar: navigatie, zoeken

Vlaanderen streeknaam

Lat.-onl. Flandrensis [700-25], in Flandris [700-25], Flandria [1014], mnl. Vlaendren, Vlaender [1340-1420], nnl. Vlaanderen. Daarbuiten onder meer oe. Flandron [1079], ne. Flanders.

Oorspronkelijk verwees de naam naar een gouw langs de kust die grotendeels bestond uit een schorrenvlakte. Ten grondslag ligt dan ook vroeg-onl. *flan, *flam ‘waterige vlakte’ < pgm. *flana- (o.), dat net als o.a. Latijn plānum ‘vlakte’ teruggaat op pie. *pleh2-nó-. In het Germaans is het woord anderszins overgeleverd als gewestelijk ne. flam ‘laag, drassig land bij een stroom’ en ook flams (mv.) ‘watervlak, waterplanten die een watervlak bedekken’ en Gronings vlammen (mv.) ‘vlies op het water’.

Vanuit de iets andere betekenis ‘uitgespreid iets’ herkennen we hetzelfde woord ook nog in nnl. (jagerstaal) vlan, vlam ‘klein slagnet’ en gewestelijk ne. flan, flam ‘klein rond net dat over een konijnenhol wordt gelegd’ en flam, flanhat ‘brede hoed’.

Het staat naast een oud bijvoeglijk naamwoord dat nog overleeft als gewestelijk ne. flan ‘vlak, ondiep; wijd; uitgestrekt’ en Westvlaams vlam- in vlamvol ‘gevuld tot vlak aan de nok’ (naast vlamende vol) < pgm. *flana- ‘vlak, uitgespreid’, dat net als onder meer Latijn plānus ‘vlak’ teruggaat op pie. *pleh2-nó-.

De Germaanse vormen met /m/ zijn ontstaan door assimilatie aan de anlautende /f/, /v/ (vgl. mnl. vimme naast vinne of mnl. priem, mnd. preme naast mnd. prene, on. prjónn). Zo ook in de afleidingen mnl. vlaminc, vleminc (nnl. Vlaming), oe. fleming (mv.) (ne. Fleming) en mnl. vlaemsch, vleemsch, vlemsch (nnl. Vlaams), oe. flemisc (ne. Flemish).

Het oorspronkelijke meervoud, vroeg-onl. *flanu, veranderde in *flanru onder invloed van de meervoudsuitgang van (eveneens onzijdige) s-stammen als *kalf (mv. *kalfru). Dit is wel vaker gebeurd, zoals in oe. cild ‘kind’ (mv. cildru naast cild) en nnl. been (mv. beenderen naast benen en vroeger bene).

Het nieuwe meervoud *flanru werd vervolgens vanzelf uitgesproken met een /d/ als overgangsklank: *flandru (vgl. nnl. donder, mnl. dondre naast ouder mnl. donre < pgm. *þunra-). Het datief meervoud *flandrum ‘(op/bij de) waterige vlakten’ leidde uiteindelijk, met verzachting van de anlaut en met rekking van de /a/ (zoals in Westvlaams paander uit pander), tot Vlaanderen. --Olivier van Renswoude 1 okt 2016 18:54 (CEST)



De onderstaande tekst is afkomstig van het Wikipedia-artikel Graafschap Vlaanderen. Deze is (c) diverse Wikipedia-bijdragers, en valt onder de CC-BY-SA licentie.

Vlaanderen, Vlaming en Vlaams zijn afgeleid van flâm, een Ingveoonse vorm van het Germaanse flauma en dit betekent "overstroomd gebied". Deze etymologie lijkt de enige die taalkundig mogelijk is en klopt geografisch uitstekend. Deze betekenis is zeer toepasselijk voor het Vlaamse kustgebied dat tussen de 3e en de 8e eeuw tweemaal per dag overstroomde door de Noordzee.

Een inwoner van dit overstroomd gebied is dus een Flaming, het adjectief Flamis. Door bij de stam flâm het suffix -andra te voegen, bekomt men in datief meervoud Flaumandrum, verkort tot Flamandrum en uiteindelijk Flandrum. Ten slotte werd de f een v in het Nederlands, vandaar Vlaming, Vlaams en Vlaanderen. De plaatsnaam staat in het meervoud in het Nederlands Vlaanderen, het Duits Flandern, het Engels Flanders, het Spaans Flandes en het Italiaans le Fiandre. In het Frans gebruikt men zowel Les Flandres als La Flandre.

De Vlamingen doen hun intrede in de geschiedenis in het levensverhaal van Sint-Eligius (ca.590-660), de Vita sancti Eligii. Dit werd opgesteld vóór 684, maar is slechts bekend in een omwerking van rond 725. Daar verschijnen de "Flanderenses" die wonen "in Flandris". In het Latijn evolueerde dit later tot de gestandaardiseerde vormen Flandrenses en Flandria.

-- Wikipedia