scalar

Uit Etymologiewiki
Versie door Jeroen (overleg | bijdragen) op 20 nov 2011 om 20:54
Ga naar: navigatie, zoeken

Het zn. scalar 'getal, grootheid zonder richting', een begrip uit de wis- en natuurkunde, is ontleend aan Engels scalar 'idem'.

Het Engelse woord is het zelfstandig gebruikte bn. scalar 'op een lineaire schaal te kwantificeren', dat zelf is afgeleid van scale 'schaal, maatstaf'.

Bij het zn. scalar is in het Nederlands een bn. scalair gevormd, zoals in een scalaire grootheid. Het achtervoegsel -air is in het Nederlands productief bij de vorming van bijvoeglijke naamwoorden bij leenwoorden, bijv. atomair bij atoom. Er is geen sprake van ontlening aan het Frans, zoals het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (zie hieronder) meent.

Dit bijvoeglijk naamwoord kan weer zelfstandig gebruikt worden (de scalair), maar de vorm scalar (uitgesproken op zijn quasi-Engels als SKEE-LUR of vernederlandst als SKAA-LAR) is algemener.