scalar: verschil tussen versies

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken
(herziene etymologie)
 
k
Regel 1: Regel 1:
Het zn. '''''scalar''''' 'getal, grootheid zonder richting', een begrip uit de wis- en natuurkunde, is ontleend aan Engels ''scalar'' 'idem', dit in tegenstelling tot wat het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (zie hieronder) meent.  
+
Het zn. '''''scalar''''' 'getal, grootheid zonder richting', een begrip uit de wis- en natuurkunde, is ontleend aan Engels ''scalar'' 'idem'.
  
 
Het Engelse woord is het zelfstandig gebruikte bn. ''scalar'' 'op een lineaire schaal te kwantificeren', dat zelf is afgeleid van ''scale'' 'schaal, maatstaf'.
 
Het Engelse woord is het zelfstandig gebruikte bn. ''scalar'' 'op een lineaire schaal te kwantificeren', dat zelf is afgeleid van ''scale'' 'schaal, maatstaf'.
  
Bij het zn. ''scalar'' is in het Nederlands een bn. ''scalair'' gevormd, zoals in ''een scalaire grootheid''. Het achtervoegsel ''-air'' is in het Nederlands productief bij de vorming van bijvoeglijke naamwoorden bij leenwoorden, bijv. ''atomair'' bij ''atoom''. Dit bijvoeglijk naamwoord kan weer zelfstandig gebruikt worden (''de scalair''), maar de vorm ''scalar'' (uitgesproken op zijn quasi-Engels als SKEE-LUR of vernederlandst als SKAA-LAR) is algemener.
+
Bij het zn. ''scalar'' is in het Nederlands een bn. ''scalair'' gevormd, zoals in ''een scalaire grootheid''. Het achtervoegsel ''-air'' is in het Nederlands productief bij de vorming van bijvoeglijke naamwoorden bij leenwoorden, bijv. ''atomair'' bij ''atoom''. Er is geen sprake van ontlening aan het Frans, zoals het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (zie hieronder) meent.
 +
 
 +
Dit bijvoeglijk naamwoord kan weer zelfstandig gebruikt worden (''de scalair''), maar de vorm ''scalar'' (uitgesproken op zijn quasi-Engels als SKEE-LUR of vernederlandst als SKAA-LAR) is algemener.

Versie van 20 nov 2011 om 20:54

Het zn. scalar 'getal, grootheid zonder richting', een begrip uit de wis- en natuurkunde, is ontleend aan Engels scalar 'idem'.

Het Engelse woord is het zelfstandig gebruikte bn. scalar 'op een lineaire schaal te kwantificeren', dat zelf is afgeleid van scale 'schaal, maatstaf'.

Bij het zn. scalar is in het Nederlands een bn. scalair gevormd, zoals in een scalaire grootheid. Het achtervoegsel -air is in het Nederlands productief bij de vorming van bijvoeglijke naamwoorden bij leenwoorden, bijv. atomair bij atoom. Er is geen sprake van ontlening aan het Frans, zoals het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (zie hieronder) meent.

Dit bijvoeglijk naamwoord kan weer zelfstandig gebruikt worden (de scalair), maar de vorm scalar (uitgesproken op zijn quasi-Engels als SKEE-LUR of vernederlandst als SKAA-LAR) is algemener.