laan2

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

laan 2 zn. ‘vloerdeel’

Nnl. dial. laan ‘vloerdeel in voor- en achteronder van een schip’. Daarnaast mnl. laninge ‘borstwering’ of ‘kampanje’ [1343-45], nnl. dial. laning ‘(mv.) onderlaag van een bed(stee); vloerdeel achterin de vissersschuit; planken brug, overloop; deel van een kruitkamer; dwarsbalk waarop de kap van een hooiberg rust’. Nfri. laning ‘vloerdeel in voor- en achteronder van een schip’ is mogelijk ontleend aan het Nederlands of Nedersaksisch.

Dat het woord niet met ingwaeonische klankontwikkeling teruggaat op een pgm. *hlainō- ‘leuning’ (ablautend naast pgm. *hlinōn- ‘leunen’) blijkt uit korte klinker van de Kampense nevenvorm lan ‘dwarsbalk waarop de kap van een hooiberg rust’.

Ten grondslag liggen pgm. *hlanō- en *hlanungō-, afleidingen van pgm. *hlana- ‘neergelegd, gelegen, liggend’, een oud voltooid deelwoord dat nog schuilt in de afleiding oe. ymb-hlennan ‘omsingelen’ < pgm. *hlanjan- (vgl. mnl. ommeliggen ‘omsingelen’) en de voortzetting is van pie. *kleh2-nó- ‘neergelegd’ bij de wortel *kleh2- ‘neerleggen’ (LIV2 362). Deze kennen we binnen het Germaans nog van nnl. laden < pgm. *hlaþan- en van Gronings loeder, louter ‘legerstede, bed’ < pgm. *lōþra-. --Olivier van Renswoude 1 okt 2016 17:09 (CEST)