komkommertijd

Uit Etymologiewiki
Versie door Jeroen (overleg | bijdragen) op 5 jun 2011 om 20:58
Ga naar: navigatie, zoeken

Leenvertaling van het Duitse Sauregurkenzeit, dat sinds de 18e eeuw bekend is. Tot nu toe dateerde de vroegste bewijsplaats van komkommertijd uit 1871 (WNT), wat ontlening uit het Duits nog enigszins onzeker maakte, maar ook in het Nederlands blijkt het al langer voor te komen. De vroegste bewijsplaats is momenteel het Rotterdamse patriottenblad Het Saturdags Kroegpraatje van 14 juli 1787. ,,Is er van de week ook wat nieuws van de groote Heeren uit den Haag?’’, vraagt Piet hier aan Kees. ,,Neen’’, antwoordt Kees, ,,maar je mot denken, het is, regtevoort [momenteel], in de komkommertyd, en dan staat alles zoo wat stil.’’

Oudste attestatie van komkommertijd (Het Saturdags Kroegpraatje van 14 juli 1787)

Vervolgens vinden we het woord in 1792 (,,het schijnt wel een eeuwigdurende komkommertijd’’), en in 1793 zelfs in een vertaalwoordenboek (Marin, Nederlands-Frans, 6de editie: ,,’t is in den komkommertijd. ’T is den tijd dat er niet[s] te doen valt’’). Daarna komen we komkommertijd decennialang niet meer tegen, maar dat is zonder twijfel te verklaren uit het feit dat er voor deze periode relatief weinig bronnen digitaal ontsloten zijn.

Vanaf 1858 duikt komkommertijd geregeld in Nederlandse kranten op. Dit sluit aan bij de ontwikkeling in het Duits, want volgens Pfeifer (1993, blz. 1170) raakte het woord in het midden van de 19e eeuw bij Duitse kranten in de mode.

Attestatie van komkommertijd (Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad, 7-6-1858)

(ES)