kleingeestig

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken
  • Vaderlandsche Letteroefeningen 1790 [1]: "Een mensch, die doortrokken is met eerbiedige, met verlichte begrippen van Gods oneindige Majesteit, en onafmetelijke Grootheid, zal zig niet ligt tot deze kleingeestige roekeloosheid laten heenslepen"
  • Post 1791 [2]: "hoe kleingeestig, hoe onbroederlijk en ingekrompen maakt ons toch de eigenlievende gezetheid op onze neigingen"

-- AE