geneuzel

Uit Etymologiewiki
Versie door Andre (overleg | bijdragen) op 12 nov 2013 om 18:54
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

geneuzel 'gezeur, geklets' 1936 Koenen. De betekenis 'zacht, zeurderig geluid' 1908 is vermoedelijk ouder. Afgeleid van thans verouderd neuzelen 'door de neus praten, onduidelijk spreken'.

--AE